Zo gebruik je je houtkachel met WTW-systeem in huis
Heb je een houtkachel én een warmteterugwin-ventilatiesysteem (WTW) in huis? Om te voorkomen dat beide systemen elkaar tegenwerken, is het belangrijk om een paar maatregelen te nemen. De houtkachel verbruikt zuurstof uit de (woon)kamer om hout te verbranden, terwijl het warmteterugwinsysteem zorgt voor frisse lucht.
Ventilatie
- De houtkachel verbruikt zuurstof uit de kamer, het warmteterugwinsysteem ventileert de lucht in huis. Zorg dat de houtkachel genoeg frisse lucht krijgt door even een raam open te zetten in de ruimte waar de kachel staat.
- Controleer of de vervuilde lucht van de houtkachel echt via de schoorsteen naar buiten gaat. Dat herken je aan een heldere vlam en aan het feit dat er geen rook in de kamer komt als je het deurtje van de kachel opent. Het warmteterugwinsysteem mag geen vervuilde lucht uit de kachel in huis blazen.
Veiligheid
- Zorg dat de houtkachel op de juiste manier is geïnstalleerd en plaats geen brandbare materialen op minder dan één meter afstand van de kachel.
- Plaats een brand- en koolmonoxidemelder in de ruimte waar de kachel staat. Als de verbranding onvolledig is door te weinig zuurstof, vochtig brandhout of een verstopte schoorsteen, kan er te veel koolmonoxide vrijkomen. Dit gas kun je niet zien, ruiken of proeven, maar het is wel gevaarlijk voor je. Een koolmonoxidemelder waarschuwt je op tijd.
- Gebruik alleen droog hout. Vochtig hout zorgt voor meer rook en schadelijke stoffen. Dat is slecht voor de lucht in huis en voor het warmteterugwin-ventilatiesysteem.
